In de herfst, als de wind weer eens aantrekt en het wegdek maar niet wil opdrogen, is mijn fiets gelijk een trots Fries raspaard.
Behoedzaam en licht nerveus vindt de fiets de weg.

In de winter wanneer de lucht grijs is, wanneer de vrieskou je in haar greep houdt, dan is mijn fiets gelijk een Belgisch trekpaard.
Met een trage, maar onvermoeibare tred sleept mijn fiets zich volhardend over de weg.

In de lente lijkt het alsof de fiets de trage tred van de voorgaande maanden teniet wil doen. De fiets is dan gelijk een Arabische volbloed, zonder enige aansporing wil de fiets alleen maar weer snelheid.

En in de zomer, als de temperatuur hoog is, als de lucht stralend blauw is, als een zwoele bries nauwelijks meer koeling geeft dan absolute windstilte, dan komt mijn fiets pas echt tot leven. Het temperament is dan niet meer te stoppen, de fiets wil dan alleen nog maar vooruit, vooruit en steeds sneller. De fiets lijkt los te komen van de grond alsof het is gevleugeld.
Het is dan dat de fiets een Pegasus blijkt te zijn.